Vreedzameschool

Onze school werkt systematisch aan de sociale vaardigheden van de kinderen met behulp van De Vreedzame School. We beschouwen de klas en de school als een leefgemeenschap, waarin kinderen zich gehoord en gezien voelen, een stem krijgen, en waarin kinderen leren om samen beslissingen te nemen en conflicten op te lossen. Kinderen voelen zich verantwoordelijk voor elkaar, de groep en de school, en staan open voor de verschillen tussen mensen.

Door middel van de leerlingenraad worden leerlingen betrokken bij en hebben inspraak bij het onderwijsproces en de  schoolorganisatie.

Pesten komt helaas overal, dus ook op scholen, voor. Pesten gebeurt vaak op momenten buiten het gezichtsveld van de leerkrachten en ouders, bijvoorbeeld tijdens het naar huis gaan of even een opmerking in de gang, vaak als iemand afwijkt van de “norm”. Op onze school proberen wij het pesten serieus tegen te gaan. Denk met name aan onze afspraken in de klas en op het plein. Als school kan je helaas niet alles waarnemen, dus zijn wij ook afhankelijk van signalen van kinderen en ouders. Problemen willen wij bespreekbaar maken in persoonlijke gesprekken en wij willen zoeken naar mogelijke oplossingen. Daar waar nodig zal er corrigerend opgetreden worden tegen de pester om het gedrag te laten stoppen. Het gepeste kind zal weerbaar gemaakt moeten worden door o.a. gesprekken over hoe te handelen in de situatie.

Lukt dit niet in voldoende mate op school, dan zal er hulp buiten de school gezocht worden in samenspraak met de ouders, groepsleerkracht en MIB-er. De school heeft een omgangsprotocol, waarin ook een onderdeel pestprotocol is opgenomen.

De coördinator voor het beleid in het kader van het tegengaan van pesten en aanspreekpunt in het kader van pesten is op onze school: de directeur, Monique Wielage.

Om de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen op een goede wijze te kunnen volgen vullen de leerkrachten van de groepen 1 t/m 8 tweemaal per jaar vragenlijsten van Zien! in. Dit zijn observatielijsten die de sociale competenties van een leerling op school in kaart brengen.

De categorieën, die ‘gemeten’ worden zijn:

  • Betrokkenheid (volharding en voldoening)
  • Welbevinden (relatie, competentie en autonomie)
  • Sociaal Initiatief
  • Sociale Flexibiliteit
  • Sociale Autonomie
  • Impulsbeheersing
  • Inlevingsvermogen

De leerlingen van de groepen 5 t/m 8 vullen ook zelf vragenlijsten in over hun sociaal emotionele ontwikkeling, school- en veiligheidsbeleving.

Uitkomsten worden door de groepsleerkracht met de MIB-er besproken